International Conference of Reformed Education

Om meerdere reden was de conferentie inspirerend. Inhoudelijk hebben we een aantal goede verhalen gehoord (al zijn er ook altijd een paar bij die je minder bijblijven). Ik pak er twee dingen uit.

 

Dr. Christine van Halen-Faber sprak over “Learners leading learning: Students’ learning in a technological era”. Een hele mond vol. Zij kenschetste de wereld van nu als één van individualisme, consumisme en entitlement (“ik heb recht op…”). Dat vraagt om steeds nieuwe antwoorden. Daarbij bracht ze het begrip Educational Neuroscience in. Dat is waar psychologie, neuroscience en pedagogiek samenkomen. Haar conclusie is dat leren als een route moet worden gezien van informatie-overdracht in de richting van karaktervorming, persoonlijke actie en levensvorming. Dat vraagt om veilige klassen waar leerlingen en leraren zich door de Geest geleid weten.
In haar lezing bracht ze ook duidelijk naar voren dat niet alleen de leerlingen moeten leren, maar dat ook de leraren op zich weer leerlingen zijn.

 

Ray Pennings heeft ons in zijn verhaal deelgenoot gemaakt van een grootschalig onderzoek naar de bijdrage van gereformeerd onderwijs voor later (als je groot bent). Dat onderzoek is gedaan in Canada en Noord-Amerika. Ik vond opvallend dat veel leerlingen later vooral actief zijn in eigen kerkelijke kring en minder daarbuiten. Dat terwijl men wel de pretentie had om daar ook een lichtend licht te worden. Tegelijk viel ook op dat het geloofsvertrouwen wel een stevige basis had gekregen.
Het was een mooi onderzoek. Ik zou het van ons gereformeerd onderwijs in Nederland ook wel willen weten. Maar ja, als je dan weet dat dit onderzoek 2 miljoen dollar heeft gekost… Toch hebben de resultaten van het onderzoek wel aan het denken gezet. Zeker in discussies over identiteit is het goed over de waarde die je nu hebt, niet te achteloos te denken. We hebben als gereformeerde school grote verantwoordelijkheid op ons genomen. We pretenderen immers, terecht, bijbelgetrouw en uit liefde voor God ons werk te doen. Zo’n onderzoek bepaalt je nog eens extra bij de waarde daarvan en bij het nadenken over de vraag hoe je dat het beste handen en voeten kunt geven.

 

Tenslotte was natuurlijk ook de ontmoeting met broeders en zusters vanaf verschillende continenten hartverwarmend. Je ervaart dat God over grenzen heen ons ook elkaar gegeven heeft. Mooi was dat dit tijdens een terugblik ook nog eens nadrukkelijk is bevestigd. Vanuit onze professie hebben we elkaar als christenen wat te bieden. Laten we daar vooral de focus op houden.